vrijdag 2 maart 2012

Samenvatting 6.3 en 6.4

6.3 Kristallen, het ionrooster.

Met kristalliseren wordt bedoeld dat als langzaam afkoelt en ontstaan van kenmerkende vormen bijv. kubussen, naalden en pyramiden.
Een ionrooster is opgebouwd uit positieve en negatieve ionen bijv. NaCl kan je met behulp van röntgenfoto  zien dat die is opgebouwd uit regelmatig netwerk van Na-ionen en Cl-ionen, Na is een positief ion en Cl is een negatief ion.
Aan de bouw van de stof met een ionrooster kan je zien welke eigenschappen ze hebben.
Bij een ionrooster is er geen sprake van beweging en geleiding van de elektrische stroom. Alleen onder grote druk laten de ionen elkaar los.
Naarmate de aantrekkingskracht tussen de ionen groter is, is de binding sterker. Ze zullen dan een hoge smelt- kookpunt hebben. Als de ionen smelten kunnen ze wel vrij bewegen.


6.4 Metaalbinding en metaalrooster.

Metalen zijn stoffen die bestaan uit 1 atoomsoort (elementen). Metaal geleid wel stroom in vaste toestand in tegenstelling tot kristallen. In elk metaal zijn daardoor voortdurend stroompjes aanwezig.
Als we de stroombron aan de ene kant zet gaat ze allemaal een stukje de andere kant op dat gebeurt in éénrichting. Bij een metaalbinding hebben we te maken met positieve geladen atoomresten en ze zijn gerangschikt in een metaalrooster. Door legeringen te maken en mengsels van metalen kunnen we minder gemakkelijk de lagen schuiven, daarmee de buigzaamheid van het metaal te verminderen. Zo wordt staal gemaakt door C-atomen.
Net zoals bij de ionenbindingen werken in de metaalbindingen elektrische krachten: Aantrekking +- en afstoting ++, --.
Er zijn uitzonderingen zoals kwik dat bij kamertemp. vloeibaar is.

Groep 12 Lma1A/B

2-3-2012